Elke week 1 verhaal

Verhalen, waar gebeurd of die hadden kunnen gebeuren. Of niet.

De erfenis

Zuchtend keek ze naar de oplichtende remlichten voor zich en trapte het rempedaal weer in. Prompt stokte de motor en viel stil. Net tevoren was de gedachte bij haar opgekomen dat de auto zijn rol als statussymbool nauwelijks kan vervullen in een file. Haar 27-jarige beige, door overmatig zonlicht verbleekte Mazda kwam even snel vooruit als de antracietkleurige met verchroomde randjes en getint glas afgezette BMW aan haar linkerkant. Had ze dat maar niet gedacht, nu sloeg haar motor af. Op haar gemak, want iedereen stond toch stil, draaide ze de contactsleutel om. De startmotor liet een klik horen en daarna was het stil. Ze probeerde het nog eens. Klik. De auto voor haar reed een metertje verder en remde weer. Ze raakte een beetje meer gespannen en draaide bruusk de sleutel nog eens om. Klik. Veel wist ze niet van auto’s maar alle lichtjes op het dashboard brandden nog dus de accu kon het zijn. Ze liet haar hoofd achterover tegen de hoofdsteun vallen en zuchtte diep. Had ze die auto maar laten staan.

Vorige week was Karen Molenaar opgeroepen door een notaris om het testament van haar oudoom te bespreken en hij had aangegeven dat de erfenis mogelijk een auto omvatte. Ze had er daarom voor gekozen om met de trein en bus naar de notaris te reizen en was nu de trotse bezitter van dit oude karretje dat in de file niet verder wilde. De auto die al drie kwartier voor haar reed en de BMW naast haar waren inmiddels al zo’n 10 meter opgeschoven in de goede richting. Nog even en de mensen achter haar zouden beginnen te claxonneren, ze wist het zeker. Zenuwachtig zweet prikte nu op haar rug. En nu moest ze ook nog ineens vreselijk plassen. Nogmaals probeerde ze maar weer was een droge klik het resultaat. Ze maakte de gordel los, stapte uit en keek recht in de koplampen van haar volger. Ze stak haar handen de lucht in als teken dat ze met een probleem zat. Tot haar geluk stapte een man uit die een dringende behoefte had haar te helpen om zodoende een klein beetje sneller vooruit te komen, dus gezamenlijk duwden ze de auto de vluchtstrook op en terwijl zij de alarmlichten aanzette, een reflecterend hesje aantrok en een gevarendriehoek neerzette reed de behulpzame man het gat dicht met haar voormalige voorganger. Binnensmonds vloekend ging ze weer achter het stuur zitten en belde de wegenwacht. Terwijl ze zich door het telefoonmenu van de ANWB worstelde begonnen regendruppels op het raam te kletteren. Dat kan er nog wel bij dacht ze, gelukkig zit ik droog. Die gedachte was nog niet opgedroogd of een druppel viel op haar schouder. Geschrokken keek ze naar boven en zag tot haar schrik dat het zonnedak, dat voor haar de aanleiding was om de verder weinig aantrekkelijke auto uit de erfenis te accepteren, niet waterdicht bleek. Langs alle randen sijpelde het hemelwater naar binnen en vormde druppels op het geperforeerde witte kunststof plafond. Nu vloekte ze hardop om zich meteen daarna te verontschuldigen tegen de telefoniste van de wegenwacht die inmiddels aan de lijn was. Toen ze alle noodzakelijke informatie had doorgegeven was haar rechterarm helemaal doorweekt. De wegenwacht zou er pas over ongeveer een uur zijn, dus moest ze wat verzinnen. Ze probeerde het zonnedak beter dicht te trekken, ze zocht in haar schoudertas naar plakband om de boel af te plakken, ze legde een plastic zak buiten op het dak, maar niets hielp: het dak zat zo dicht als maar kon, de plakband liet meteen los en de plastic zak waaide direct weg. Omdat de achterbank droger leek, maakte ze daar plaats en kroop achterin. Ze hield haar benen strak bij elkaar om te voorkomen dat ze zelf de bank zou bevochtigen. Onder haar billen voelde ze een schroevendraaier of zoiets prikken dus ging ze voorzichtig wat verzitten. Ze stootte tegen een doos met Afrikaanse beelden, ook een deel van de erfenis.

Toen ze vanochtend bij de notaris arriveerde bleek ze niet de enige erfgenaam te zijn. Ook een achterneef was uitgenodigd en een non. Ze kende beiden niet. Karen was al die jaren haar oudoom blijven bezoeken, ondanks het feit dat hij zich steeds meer als kluizenaar was gaan gedragen. Ongeveer elke twee maanden kookte ze voor hem en praatte urenlang met hem over koetjes en kalfjes. Erg gezellig vond ze het niet maar ze vond het haar plicht om zich een beetje over deze eenzame man te ontfermen sinds haar ouders waren geëmigreerd. De rest van de familie trok zich niets van hem aan en hij zelf was van mening dat die alleen maar op zijn erfenis uit waren. Ze had dat nooit kunnen bevestigen omdat ze zelf geen contact had met die familieleden. En nu was er die achterneef die kennelijk ook af en toe interesse in de oudoom had getoond. Met hem was de notaris snel klaar, hij erfde de volledige verzameling fossielen inclusief de bijbehorende vitrinekasten. Nu had oudoom een huis met wel tien tot vijftien kamers die elk minstens drie vitrinekasten met fossielen bevatten. Het was dus niet zomaar een verzameling, elk museum zou er dolblij mee zijn geweest. De achterneef keek echter behoorlijk op zijn neus want hij had zijn zinnen gezet op het huis. Innerlijk had ze vilein gelachen, maar ze keek zelf ook behoorlijk op haar neus toen ze hoorde dat haar deel van de erfenis de auto van oudoom was, een Mazda 323 uit 1983, die inmiddels 36.000 km gereden had. Zo goed als nieuw dus. Ze had niet gedacht veel te erven, want ze verwachtte dat oudoom vrijwel alles aan de kerk zou geven, maar dit viel wel heel erg tegen. Stiekem had ze gehoopt dat ze het Afrikaanse beeld zou erven.

Oudoom had door de jaren heen allerlei exotische beelden, schilderingen en andere zaken verzameld. Hij kreeg ze van paters uit de missie, die regelmatig bij hem bleven logeren als ze in het land waren. De laatste jaren waren er geen paters meer geweest, ze waren waarschijnlijk allemaal uitgestorven, maar de exotische kunst had nog altijd een prominente plek in de woonkamer. Enkele jaren geleden had Karen aan oudoom gevraagd waar die dingen allemaal vandaan kwamen en wat voor betekenis ze hadden. Hij wist het niet. Ze had hem toen voorgesteld om eens een expert uit te nodigen om er eens wat over te komen vertellen, maar oudoom werd bleek bij de gedachte dat er een vreemde bij hem over de vloer zou komen dus had ze verder over het idee gezwegen. Ze was er later nog een aantal keren op teruggekomen, had eens wat boeken meegenomen met informatie over soortgelijke beelden, tot ze op een dag een advertentie had zien staan in het plaatselijk suffertje waarin werd gemeld dat het plaatselijke Afrikamuseum bezocht zou worden door een expert, die kwam vertellen over Afrikaanse kunst. En je kon er je eigen voorwerpen laten zien om daarvan de oorsprong te leren kennen. Karen had oudoom gevraagd om met haar daarheen te gaan, maar uiteraard wilde hij niet. Hij had haar wel toestemming gegeven om een paar beelden mee te nemen naar het evenement, mits ze ze weer ongeschonden terug bezorgde. Samen hadden ze toen tien beelden, waarvan ze beiden dachten dat ze wel eens Afrikaans zouden kunnen zijn, in een krat gezet en was ze enkele dagen later naar het Afrikamuseum gegaan. De ruimte was gevuld gewest met vooral zestigplussers. De een had een trommeltje bij zich, de ander een beeldje dat je in willekeurig welke Wereldwinkel zou kunnen kopen. Er liepen mensen met spreitjes, leren voorwerpen en andere kitsch. Het had er allemaal wat treurig uit gezien en zij had zich hoogst ongemakkelijk gevoeld met haar krat met beelden. Iedereen had een nummertje gekregen, zij had zeventien, waarna de expert een vrij interessant verhaal had verteld, gelardeerd met mooie dia’s (een diaprojector waar zie je dat nog, schoot door Karen’s hoofd). Na de presentatie waren ze in volgorde bij de expert op audiëntie gegaan en omdat de meegebrachte zaken in hoofdzaak rommel betroffen was Karen vrij snel aan de beurt geweest. “U mocht eigenlijk maar één voorwerp meenemen”, had de man verveeld opgemerkt, “maar vooruit, het loopt toch redelijk snel.” Voorzichtig had ze het eerste beeld uit het krat genomen en voor zijn neus gezet. “Dat is volgens mij Indonesisch, zeker niet Afrikaans” bromde de man. Bij het volgende beeld was hetzelfde gebeurd en daarna nog drie keer. “Mevrouw, het ging om Afrikaanse voorwerpen”, had de expert gezegd waarbij hij haar vernietigend had aangekeken over de randen van zijn leesbril heen. “Sorry, ik wist niet …”, die zin had Karen nooit afgemaakt want terwijl ze het zei had ze het zesde beeld uit het krat getild en was de mond van de man open gezakt van verbazing. Hij had zijn leesbril van zijn neus genomen, er met een smoezelige zakdoek over gewreven, hem weer opgezet en nog een keer afgezet. “Hoe…?” Hij had naar adem moeten happen. “Hoe komt u hier aan?” Karen had toen ook naar het beeldje gekeken, een onooglijk mannetje van verweerd hout met een soort van speer en wat veren op zijn rug. Je moest trouwens goed kijken om er een mannetje in te zien. Op zijn borst had hij een soort spiegeltje. “Ik weet niet”, mompelde ze schouderophalend, “hij is van mijn oudoom, die heeft hem gekregen.” “Maar mevrouw”, had de man uitgeroepen, “dit is een zeer bijzonder beeldje!” Hij had twee handschoentjes aangetrokken, het beeldje voorzichtig van haar overgenomen en het zeker twintig minuten zwijgend onderzocht. Met stijgende nieuwsgierigheid had Karen het tafereel gadegeslagen, het was alsof de man zijn minnares liefkoosde, die hij in geen jaren meer had gezien. Tenslotte had hij gezegd: “Mevrouw dit is echt een heel bijzonder beeldje, het is minstens tweehonderd jaar oud”, om haar vervolgens een heel verhaal over het gebruik van dit soort fetisjen door de één of andere Congolese stam te vertellen. Daarna was hij opnieuw begonnen met het minutieus bestuderen van het beeld. Karen had uiteindelijk gevraagd of zo’n beeldje duur was, “duur!”, had hij uitgeroepen, “onbetaalbaar! Een kenner zou er zo twee à driehonderdduizend Euro voor neertellen.” Ze had hem bedankt en haastig alles weer ingepakt en teruggebracht naar haar oudoom. Die had niet eens gevraagd hoe het was geweest maar ze had hem wel verteld dat het een heel bijzonder beeldje was en zo goed en zo kwaad ze het had kunnen onthouden vertelde ze het verhaal over fetisjen. Haar oudoom had gegrinnikt en het beeld weer op zijn oude vertrouwde plek gezet. En nu was hij dood en had ze tot haar spijt niet dat beeldje geërfd.

Inmiddels las de notaris het deel van het testament voor dat bedoeld was voor de non. Niet de kerk als geheel, maar de orde van deze non, die blijkbaar moeder overste was, ging met de hoofdprijs aan de haal. Het volledige spaargeld van oudoom, dat in de tonnen liep, was voor de nonnen. De orde kreeg ook het huis en het bijbehorende land. Karen’s gedachten dwaalden af, had ze hiervoor zo’n lange reis gemaakt, alleen voor zo’n oud barrel dat nauwelijks de naam auto verdiende. De notaris kuchte en keek haar aan, “Sorry mevrouw,hebt u mijn laatste woorden gehoord?” Hij wachtte haar antwoord niet af en herhaalde … “inclusief de gehele inboedel behalve eerder genoemde collectie fossielen alsmede de diverse exotische voorwerpen, beelden en beeltenissen welke toekomen aan mevrouw Karen Molenaar.” Ze liet zijn woorden tot zich doordringen. Het beeldje!

En nu zat ze hier op de vluchtstrook in haar oud barrel met naast zich een vermogen in de vorm van een lelijk beeldje. Voor de vorm had ze alle andere beelden ook ingeladen, maar deze ene… ze pakte het beeldje in haar handen en keek er naar. Tja, het is echt lelijk. Haar telefoon rinkelde, “Ja met Karen, oh ja, bij welke kilometerpaal? Ik moet even uitstappen om te kijken.” Ze legde het beeld op de achterbank en stapte uit, noemde het kilometerpaalnummer en kreeg te horen dat het vanwege drukte zeker nog anderhalf uur zou duren. Gelukkig was de regen inmiddels bijna over. Net op dat moment stopte een auto achter de hare. Een stevig gebouwde man stapte uit en vroeg haar wat er aan schortte. Ze haalde haar schouders op en de man bood aan eens te kijken. Routineus opende hij de motorkap en bescheen de motor met een lampje dat aan zijn sleutelhanger hing. Hij vroeg haar de motor te starten wat zij deed met de inmiddels bekende klik tot gevolg. “Ik zie het al, een rotte startmotor, wacht even.” De man liep kordaat terug naar de auto en rommelde wat in zijn kofferbak. Karen hield het niet meer en riep naar hem dat ze even naar de WC moest. Ze haastte zich de berm in en verschool zich achter een dichte struik. Ze hoorde de man roepen maar verstond hem niet. “Wat zegt u?!” “Of je een hamer hebt of zoiets?” Ze herinnerde zich de prikkende schroevendraaier en riep: “Kijk maar eens of er op de achterbank wat ligt.” Terwijl ze een warme plas liet lopen hoorde ze hem roepen, “ik heb iets”, waarna ze een luide tik en een krakend geluid hoorde. Terwijl ze haar broek dichtknoopte klonk het geluid van een startende motor en jawel, toen ze bij de auto kwam liep die weer als een klok. “Hoe hebt u dat gedaan?” “Nou gewoon een flinke tik op de startmotor, die zult u binnenkort eens moeten vervangen, ik kon trouwens geen hamer vinden dus ik heb een stuk hout gebruikt dat op de achterbank lag.” Samen liepen ze naar de motorkap om die dicht te doen. De man pakte een paar houtspaanders van de motor en gooide die op de grond. Karen volgde de spaanders met haar blik en zag ze neerkomen bij een hoopje gebarsten hout, met wat veren en een soort spiegeltje er naast.

Thema door Anders Norén