Elke week 1 verhaal

Verhalen, waar gebeurd of die hadden kunnen gebeuren. Of niet.

Het blad

Karel wilde weten hoe bladeren bruin werden en hoe het eruit zag als ze een boom loslieten alvorens omlaag te dwarrelen. Hij had ze vaak in de goot of op het gras zien liggen, in diverse schakeringen bruin en in minder of meer voortgeschreden staten van ontbinding. Ook de groene bladeren aan bomen, lichtgroen in het voorjaar tot diepgroen aan het eind van de zomer, kende hij goed. Maar het moment waarop een blad besloot een boom te verlaten fascineerde hem. Of was het het moment dat de boom besloot het blad af te stoten?

Meestal was Karel niet nieuwsgierig van aard. Het leven voltrok zich zonder dat hij het werkelijk in vraag stelde. De constatering dat de voorraad lucht om hem heen en de beschikbare hoeveelheid eten en drinken voldoende waren om te kunnen functioneren stelde hem tevreden. Toch brandde hij van verlangen om alles te weten over het blad en dan in het bijzonder het vallen ervan. Hij wist niet waar dat verlangen vandaan kwam en het interesseerde hem ook niet. Net zomin als hem bijvoorbeeld de relatie tussen het geld dat maandelijks op zijn bankrekening verscheen en de door hem voor zijn werkgever geleverde inspanning interesseerde. Of waar het vandaan kwam dat zijn buurvrouw dagelijks monter het huis verliet met haar wild springende aangelijnde bordercollie en terneergeslagen terugkwam, alsof ze zojuist het doodvonnis over zich had horen uitspreken, terwijl haar hond nog wilder om haar heen sprong. Maar ondanks dat hij nauwelijks gierig was als het ging om nieuws of gaf om interesses in brede zin, liet hem de vraag naar het loslaten van het blad niet los. Hij liet de vraag niet los. Hij wikte en woog hem, maakte zich voorstellingen van hoe het zou gaan, het blad dat zich uit alle macht met zijn laatste levende vezels aan een tak of stam probeerde vast te houden, terwijl de boom hem zijn rug toekeerde en liet vallen. Of de onzichtbare kleine beestjes die de weerloze bladeren bij de aanhechting doorknaagden, of de bladeren die het statische leven wel gezien hadden en zich losrukten van hun wortel, de boom, de sprong de wijde wereld in waagden om al snel tot de conclusie te komen dat hen geen lang leven beschoren zou zijn zonder de liefdevolle zorg van de boom. Dag in dag uit beredeneerde hij verklaringen, tientallen per dag. Zijn diepe slaap werd in beweging gehouden door dwarrelende dromen over bladeren en bomen.

Karel was een doener. Hij werkte graag met zijn handen, maakte dingen, repareerde wat gerepareerd moest worden. De obsessie voor het blad en de boom die sinds enkele weken de kop had opgestoken was daarom vreemd aan zijn fundamentele wezen. Karels denkvermogen richtte zich vooral op het zoeken van oplossingen voor allerhande problemen waarmee de mens in zijn dagelijkse beslommeringen geconfronteerd werd of dreigde te worden. Met de vraag naar het blad werd een deel van zijn ratio aangesproken dat hij tot noch toe niet kende. Hij zag wel in dat het geen vraag van groot belang was, geen diepere filosofische gronden had noch religieus geïnspireerd was. Maar het was nieuw voor hem. Blad laat boom los (of vice versa), hoe komt dat? Dat was toch iets anders dan tuinhekje van overbuur hangt scheef, hoe krijg ik het recht met welk materiaal? Maar Karel zou Karel niet zijn geweest als hij er niet in was geslaagd het naar esoterie neigende onderwerp te concretiseren naar een praktische aanzet voor een oplossing. Hij besloot op 21 september, bij het officiële begin van de herfst, verlof te nemen en met een grote doos proviand plaats te nemen in het bos om daar één blad aan een boom te selecteren en het vervolgens te observeren totdat het zou vallen. Daar zat hij nu al bijna drie weken, met verrekijker en camera met zoomlens. Wanneer de nacht inviel liet hij de camera lopen en nam hij zelf een minimum aan slaap.

Toen hij begon was het blad groen, na enkele dagen meende Karel een zachte bruinige schijn over het bladoppervlak te zien komen. Maar na een week bleek het blad bij nadere inspectie toch gewoon groen te zijn. En dat terwijl kortstondige rukwinden enkele nabijgelegen bomen al vrijwel volledig van hun blad hadden ontdaan. Even maakte toen de vertwijfeling zich meester van Karel: had hij nu juist een hardnekkig blad gekozen dat zou weigeren te vallen voordat zijn verlof zou zijn afgelopen? Had deze actie wel nut, zou hij op deze manier het antwoord op zijn vraag wel vinden? Maar na een paar slokken Vieux uit zijn proviandmand vergat hij zijn twijfels en richtte zijn oog weer op zijn blad. In gedachten sprak hij het blad toe, coachte het, bereidde het voor op zijn val. Na twee weken was er echter nog steeds geen enkele verandering te bespeuren. Het blad hing nog altijd stevig aan zijn tak en wiegde trots heen en weer op elk zuchtje wind. Nog één week en Karels verlof zou afgelopen zijn. Er moest nu toch iets gaan gebeuren. Het contemplatieve karakter van Karels aanwezigheid in het bos had zijn actiegerichtheid lange tijd aan banden weten te leggen maar nu was er toch geen houden meer aan. Toen hij na het ontwaken op dag 15 zijn blad nog onveranderd van kleur, substantie en overige hoedanigheid aan de tak zag bungelen, sprong hij op en begon de boom te beklimmen. Toen hij de bewuste tak bereikte begon hij voorzichtig op zijn buik richting het blad te schuiven en naderde het tot op enkele decimeters. Van dichtbij observeerde hij de aanhechting van het blad en constateerde dat daar geen enkele intentie tot loslaten aan af te lezen was. Nadenkend wilde hij zich over zijn achterhoofd wrijven, hetgeen met een lichaam van ruim 80 kilogram, liggend op het uiteinde van een tak met een doorsnede van slechts 10 à 15 cm een vrij onverstandige beweging was. Hij stortte dan ook naar beneden. Als een blad uit een boom dwarrelde hij even op de bries die door het bos joeg en kwam met een plof neer naast zijn verrekijker. “Aah, Godnondeju… (dit suggereert dat Karel afkomstig is uit Noord-Brabant, hetgeen echter niet het geval is. Deze sprankelende krachtterm nam hij over van zijn vroegere buurvrouw, een Tilburgse. Karel bewonderde sindsdien de Tilburger in het algemeen om zijn veelvuldig maar niet kwaad bedoelde gevloek en de creativiteit die hij daarbij aan de dag legt, resulterend in prachtige woorden en woordcombinaties. Waar mogelijk probeerde Karel dit exotische gebruik ook in praktijk te brengen).”

Kermend van de pijn bleef hij liggen. Zijn linker scheenbeen was duidelijk gebroken en stak gedeeltelijk door zijn huid heen uit zijn onderbeen. Zijn linkerschouder kon hij nauwelijks meer bewegen, zijn onderrug zat volledig op slot. Hij probeerde zich op te richten, maar het werd meteen zwart voor zijn ogen. Hij zag bladeren dwarrelen in allerlei kleurschakeringen. Hij speurde naar zijn blad, misschien dat het mee dwarrelde, maar nee hij vond het niet. Het werd hem weer zwart voor zijn ogen.

“Wat is er met u gebeurd?” Karel opende langzaam zijn ogen. Het eerste dat zijn oog trof was zijn nog altijd fier aan de boom hangende blad. Daarna keek hij in de heldere ogen van een man met warrig haar en een lange baard. Door het zonlicht achter zijn rug leek hij licht uit te stralen. Zijn kalende kruin weerkaatste de vroege stralen. Pijnscheuten trokken van zijn linkerenkel naar boven tot aan zijn schouder. Nu wist hij het weer. Was hij dood? “Ik ben uit de boom gevallen. Hoe laat is het?” “Negen uur”, antwoordde de man verbaasd, “zat u vannacht in een boom?” Karel schudde ontkennend zijn hoofd en vertelde in het kort zijn verhaal. “Ik ga hulp halen”, zei de man, “maar vertel eens, welk blad observeerde u dan?” Met zijn rechterhand wees Karel naar het trotse blaadje. “Ach beste kerel toch”, glimlachte de man, “dan had u nog lang kunnen wachten. Dat is een evergreen. Kom we moeten u hier weghalen, als u bent opgelapt zal ik u dat van die vallende bladeren wel eens uitleggen.” “Weet u daar iets vanaf dan?” “Ik weet daar alles vanaf.” Peinzend keek de man om zich heen, speurend hoe hij het snelst hulp zou kunnen mobiliseren. Opnieuw keek hij Karel aan met zijn heldere ogen. “Ik ben bioloog.”

Thema door Anders Norén