Elke week 1 verhaal

Verhalen, waar gebeurd of die hadden kunnen gebeuren. Of niet.

Luidruchtig lachend zaten ze rond de tafel…

Luidruchtig lachend zaten ze rond de tafel. Althans, hun monden lachten. Hun blikken waren koel en afstandelijk. Spiedend scheerden ze langs de bovenkant van de talloze lege bierglazen in hun midden. Terwijl ze schaterend hun tanden ontbloten, lieten de mannen hun ogen argwanend van de een naar de ander gaan. Ze spraken een taal die ik niet verstond. Het klonk als iets Slavisch. Maar af en toe hoorde ik ook een woord in het Frans. Drie van hen droegen prachtige maatpakken die detoneerden met de dikke nekken met boeventronies, die uit de kragen staken. De vierde man droeg geen pak, maar een modieus overhemd met wijd openstaande boord. Hij had een mooi gezicht, gladgeschoren, twee ogen als gloeiende kooltjes en hoge, perfect symmetrische jukbeenderen. Hij zag er bijna vrouwelijk uit.

De grootste van het viertal stak zijn rechterhand omhoog en riep in accentloos Duits ‘noch vier!’ waarop de kelner in allerijl met vier schuimende glazen bier kwam aangesneld. Nadat de kelner zich weer had teruggetrokken achter zijn bar, keek de mooie man een paar keer snel om zich heen en boog voorover. Het lachen verstomde en de drie anderen bogen zich naar hem toe. Ik zag hun monden nog bewegen, maar hoorde niets meer van het gesprek. Het werd volledig overstemd door het geluid van een tv-scherm dat op de achtergrond speelde. Zo zaten ze zeker vijf minuten. Af en toe keek één van hen op om een blik over zijn schouder te werpen of op een groot gouden horloge te kijken. Ineens stond één van de mannen op. Zijn jasje waaide een beetje op en zo zag ik dat onder zijn oksel een zwartleren bobbel was bevestigd. Ik kon niet precies zien wat het was, maar ik kon het wel raden. De man groette de drie anderen ter afscheid met een ingewikkelde handbeweging en verliet het café. Nog geen twee minuten later kwam een andere man in pak binnen. Hij was ietsje ouder dan de bierdrinkende kerels. Ook hij ging gekleed in een mooi pak, maar had in tegenstelling tot de anderen geen boevengezicht. Hij had een vriendelijke blik in zijn ogen en een spottend glimlachje speelde om zijn mond. Op het moment dat de drie overgebleven mannen aan het tafeltje hem zagen, sprongen ze op en verdrongen zich om bij hem in de buurt te komen. Stuk voor stuk omhelsden ze hem en kusten hem op de wang. De net gearriveerde man liet het zich nonchalant aanleunen. Met een hoofdknik gaf hij een seintje aan de kelner, waarop deze hem direct een glas whisky bracht. De man met het mooie gezicht schoof zijn eigen stoel onder het zitvlak van de nieuwe man. Deze mompelde iets en de twee andere mannen in pak begonnen op gedempte toon te vertellen. De man met het mooie gezicht bleef staan, met zijn rug schuin naar de nieuwe man gekeerd en zijn blik op de deur gericht. Af en toe draaide hij zich om, om de andere mannen aan te vullen of bij te vallen.

In mijn ooghoek zag ik ineens de man met de verdachte bobbel onder zijn oksel bij de deur verschijnen. Hij kwam niet binnen, maar gebaarde alleen naar de man met het mooie gezicht. Deze boog zich voorover naar de tafel en fluisterde iets. Alsof ze alle drie op hetzelfde moment gestoken werden door een wesp, sprongen de mannen op. Ze haastten zich naar de deur, terwijl de man met het mooie gezicht de aftocht dekte en de kelner een paar bankbiljetten toestak.

Toen ze weg waren voelde ik ineens de spanning waarmee ik het tafereel had gadegeslagen. En de teleurstelling dat het nu zomaar voorbij was. Zonder clou. Alsof ik naar een maffiafilm had zitten kijken, die zo maar in het midden van een onbeduidende scène ophield. Zonder einde. Snel pakte ik mijn spullen bij elkaar, rekende af bij de kelner en haastte me naar buiten. Ze waren naar links gelopen, dat had ik gezien. Ook ik sloeg linksaf en wilde al stevig de pas erin zetten om hen in te halen, toen ik ze zag staan. Zo’n vijftig meter verderop. Met zijn vijven, de nieuwe man in het midden, de andere vier er beschermend om hem heen. Ze stonden bij de toonbank van een Italiaanse ijskraam. Allemaal, behalve de man met de verdachte bobbel onder zijn oksel, hadden ze een ijsje in hun hand. Zo onopvallend mogelijk liep ik naderbij. En toen zag ik het gebeuren: de man met de verdachte bobbel onder zijn oksel stak routineus zijn rechterhand onder zijn jasje, terwijl hij de man achter de toonbank strak aankeek. Nu gaat het mis, schoot door me heen, maar ik was te ver weg om heldhaftig in te grijpen. Het leek zich in slow motion af te spelen, de hand die onder het jasje in bewoog en naar de verdachte bobbel greep om vervolgens weer tevoorschijn te komen. Nu zou hij een pistool op het hoofd van de arme ijsverkoper zetten en afdrukken.

Maar dat gebeurde niet. Hij haalde een portemonnee onder zijn oksel vandaan en betaalde de ijsjes. Luidruchtig lachend liepen de mannen de straat uit en ik keek hen na.

Thema door Anders Norén