Elke week 1 verhaal

Verhalen, waar gebeurd of die hadden kunnen gebeuren. Of niet.

Vinoleugen

Ik drink graag rode wijn. Ik word daarbij niet gehinderd door wijnkennis. Ik zou u niet kunnen vertellen welke streek aan te bevelen is of welk jaar. Voor de vorm werp ik zo nu en dan een blik op het etiket om vervolgens direct te vergeten welke wijn ik zojuist langs mijn tong en door mijn keelgat heb laten verdwijnen. Zo’n etiket zegt me namelijk niets, ik ken chateaus noch druivensoorten. Een wijn van 4 Euro uit de supermarkt vind ik vaak lekkerder dan een wijn bij een duur restaurant waarvan ik achteraf de prijs niet op de rekening durf op te zoeken.

Als kind wist ik nauwelijks van het bestaan van wijn. Ja, in mijn tijd als misdienaar nam ik soms ongezien een slok miswijn, een wrang goedje, in mijn herinnering leek de smaak in de verste verte niet op wijn. Zouden mijn smaakpapillen een geheugen hebben, dan proefde ik nu, bij die herinnering, de smaak van sherry of een ander oudewijvendrankje. Maar bij mijn ouders heb ik als kind nooit een fles wijn in huis gezien, ik verdenk ze er zelfs van dat ze niet eens wisten wat het was. Zij dronken überhaupt geen druppel alcohol, dat paste niet bij het gematigde leven dat zij leidden. De centen die ze elke keer weer moesten omdraaien konden gewoonweg niet besteed worden aan luxe zonder dat het gevolgen had voor de voedzaamheid van het avondmaal. Ik was blij dat mijn vader geen druppel drank  aanraakte, want in de boeken die ik verslond waren er voorbeelden te over van vaders die hun gezin langs het pad van alcoholisme naar de afgrond leidden. Maar om een lang verhaal kort te maken, gezien mijn afkomst is het niet vreemd dat ik totaal geen verstand heb van wijn. Het is eerder een raadsel dat ik rode wijn zo lekker vind.

Mijn vrouw is ook een echte wijndrinker. Niet alleen rood, ook wit en rosé nipt zij graag weg. Zij komt uit een familie waar wijn drinken bijna net zo gewoon was als het drinken van een glas water. Bij het eten werd altijd wijn gedronken en in het weekend werden nieuwe en bijzondere wijnen geproefd en beoordeeld. Op zondagmiddagen stalt mijn schoonvader nog altijd met veel gevoel voor ceremonie een keur aan flessen met lange, moeilijke namen op de etiketten uit op de salontafel. Hij schenkt ons dan in met brede gebaren en onnavolgbare toelichtingen op de wijn, het wijnhuis, het jaartal, het productieprocedé, de druiven, de aarde waarop de druiven hebben gegroeid, het bouquet en andere irrelevante informatie. Vervolgens moeten wij dan op overdreven manier proeven. We mogen geen slokje doorslikken voordat we aan de wijn hebben geroken en hem een paar keer in onze mond hebben laten rondgaan. En dat bij elk glas opnieuw. Vaak proef ik het verschil tussen de voorgeschotelde wijnen helemaal niet en reiken mijn kwalificaties niet verder dan ‘lekker’ of ‘niet lekker’. Bij zo’n uitspraak heft mijn voltallige schoonfamilie, inclusief mijn anders zo aardige vrouw, de ogen ten hemel en vult de kamer zich met een afkeurende sfeer. Maar ik kan het niet helpen. Ik zou graag even snobistisch als zij naar mijn glas zitten te staren en op zoek  gaan naar woorden die tot in de finesses uitdrukken wat voor kostbaar vocht zo juist mijn tong heeft gestreeld. Maar het lukt me niet, ik proef al die details niet.

Op vinologisch gebied staan mijn vrouw en ik dus bijna even ver van elkaar af als de paus en Jezus in materieel opzicht. Inmiddels ben ik wel de soberheid van thuis al lang ontgroeid en rijd ik wekelijks met een rinkelend, met wijnflessen gevuld winkelwagentje door de supermarkt. En omdat mijn vrouw nog altijd gesteld is op wijnweelde, koopt ze zo nu en dan in bij de slijter, in een heel andere prijsklasse dan wat ik in de supermarkt koop. Ik heb daar altijd begrip voor gehad en laat haar daarin. Maar sinds enkele weken is ze echt in de voetsporen van haar vader getreden: ze is een wijncursus gaan volgen. Op zichzelf is dat natuurlijk geen probleem, ware het niet dat ze nu vindt dat wij ook telkens wijnen moeten drinken die we eigenlijk helemaal niet kunnen betalen. Althans niet in de hoeveelheden waarin we gewoonlijk wijn wegslobberen. Tegenwoordig struint ze met haar medestudenten avond aan avond langs proeverijen en komt ze ’s avonds thuis met een kegel en een paar flessen vreselijk dure wijn. Die wijn zou je eigenlijk moeten wegleggen en bewaren, zo heeft ze me verzekerd. Tegelijkertijd kan ze het niet nalaten om aan het eind van vrijwel elke middag een flesje open te trekken om aan mij, de barbaar, te laten proeven. Als gevolg daarvan houdt de consumptie van dat vloeibare goud gelijke tred met haar koopwoede en heb ik al een paar keer niet kunnen nalaten om te wijzen op de enorme kostenpost die haar hobby inmiddels is geworden. Daar waar zij had bedacht een wijnkelder te starten staan er nu voornamelijk lege flessen met gerenommeerde etiketten.

Vandaag heeft het wijnavontuur van vrouwlief een voorlopige climax bereikt. Ze heeft haar medecursisten en haar vader uitgenodigd om wijn te komen proeven. Ik heb even tegengesputterd maar kon het haar uiteraard niet weigeren. Had ik dat maar wel gedaan, want de wijnclub blijkt zo groot dat ik voorzie dat we een tekort aan wijn in huis hebben. En aan saldo op de bankrekening krijgen. Ik heb de rol van sommelier gekregen en probeer daarbij even dramatisch te kijken als mijn schoonvader in die rol. Natuurlijk kan ik zijn zwamverhalen tijdens het schenken niet reproduceren, maar door het enigszins bekakt uitspreken van de naam op het etiket klinkt het al best chique. Vind ik zelf. Maar mijn vrees voor tekorten lijkt al snel terecht te zijn. De geaffecteerde leden van de wijnclub blijken het onbetaalbare druivensap net zo gemakkelijk weg te zuipen als de bezoekers van een tentfeest hun bier. Met dat verschil dat hier na elke slok verrukte kreetjes opklinken. Om dol van te worden.

Terwijl ik voor de zoveelste keer in de kelder sta om nieuwe flessen te pakken valt mijn oog op dertig à veertig lege flessen, de kadavers van de recente genietingen van vrouwlief. Daarnaast staan nog een schamele vier volle flessen voor de zuipende horde in de woonkamer. Om hen tot diep in de avond te kunnen blijven bijschenken en om mijn vrouw geen gezichtsverlies te laten lijden neem ik een moedig besluit. Wanneer u een wijnkenner bent, lees dan niet verder, want ik bega een doodzonde. Ik besluit namelijk om de inhoud van mijn voorraadje goedkope wijn (Jean du Sud, €3,20 in de supermarkt) voorzichtig over te gieten in de lege flessen waarvan alleen al de etiketten meer waard moeten zijn. Weer boven in de woonkamer worden ik en de vijf ontkurkte flessen met gejuich onthaald. Met grote concentratie schenk ik de Jean du Sud in de lege glazen, waarbij ik de fles zo houd dat de wijnkenners het etiket van het kleine maar exquise wijngoed in Nuits-Saint-Georges goed kunnen zien. Gespannen wacht ik af als ze hun ogen sluiten en de wijn door hun mond laten gaan. Op de achtergrond speelt Jan Tiersen de soundtrack van ‘Le fabuleux destin d’Amelie Poulain’, opgezet vanwege de gemoedelijke Franse sfeer die hij oproept. Voor het overige is het stil. De stilte lijkt minutenlang aan te houden en dan zie ik mijn schoonvader het goedkope goedje doorslikken. Hij opent zijn ogen en staart me aan met een gelukzalige blik: “verrukkelijk, wat een zegening, deze wijn”. Van alle kanten krijgt hij nu bijval en in een euforische stemming drinken de gasten tot middernacht van de Jean du Sud. Steeds uit andere flessen, dat dan weer wel.

Thema door Anders Norén